crêpes

Crêpes van oma

Onlangs bezocht ik de abdij van Daoulas in Bretagne, en het nabijgelegen kerkhof. Kort geleden was hier iemand begraven, het graf had nog geen steen, de boeketten waren al wel verdroogd. Ook Bretagne leed deze zomer onder de hittegolf.

De groene en witte linten om de boeketten gaven geen naam prijs, maar wel een aantal aanwijzingen. Overgrootmoeder, mamie, was niet meer, dat was in elk geval duidelijk. ‘Met al onze genegenheid’, had de familie Philippe op een wit lint laten drukken. Het derde eerbetoon beschreef de overledene in zes woorden: ‘Voor haar vriendelijkheid en haar crêpes.’ Zo ging mamie de eeuwigheid in. Een mens kan het slechter treffen.

Een crêpe is in Bretagne een culinair symbool dat bol staat van nostalgie. Het is geen simpele superdunne pannenkoek. Op YouTube geven oma’s tekst en uitleg. Een crêpe bak je bij voorkeur op een ronde, gloeiend hete plaat. Je spreidt het beslag uit met een handig houten stokje, de rozell, met aan het uiteinde een breed stuk om de boel goed te verdelen.

Ik hoop dat overgrootmoeder haar recept heeft nagelaten. Ik heb voor het mijne de algemene crêperichtlijnen naar eigen smaak aangepast met minder suiker en een ferme scheut cider. Verwar een crêpe trouwens niet met de galette, de hartige boekweitpannenkoek.

Ingrediënten voor crêpes met een scheutje cider, ontbijtgerecht of tussendoortje voor 3 personen

100 g bloem
225 ml melk
2 eieren
1 eetl. suiker
snuf zout
30 g boter, gesmolten
scheutje cider
extra (gezouten) boter, om in te bakken
eventueel een extra smaakmaker, bijvoorbeeld vanille of citroenrasp
ter garnering: vers zomerfruit of jam

Neem een beslagkom. Zeef de bloem. Voeg de melk toe. Als u geen maatbeker bij de hand heeft, gebruikt u een omgespoeld bierflesje (250 ml) als hulpmiddel.

Giet de melk bij de bloem, klop goed door. Voeg de eieren een voor een toe. Doe de suiker erbij en blijf kloppen. Voeg een snuf zout toe. Laat de boter smelten in de zon of gebruik een magnetron. Giet bij het beslag. Roer goed en voeg ten slotte de cider en de eventuele smaakmaker toe. Laat het beslag een uurtje rusten, liefst op een koele plek.

Verwarm vervolgens de boter in de koekenpan en laat smelten, maar pas op, laat de boter niet verbranden. Giet een kleine hoeveelheid beslag in de hete pan. Spreid het beslag goed uit met een rozell of door de pan goed te draaien. Als de bovenkant droog is en de randjes goudbruin, kunt u de pannenkoek keren. Bak nog even en drapeer dan op een bord. Vouw door de helft, en dan nog een keer door het midden, zodat een driehoekje ontstaat.

Bak daarna de volgende; deze hoeveelheid beslag is voldoende voor twaalf stuks.

Geen reactie's

Geef een reactie