23 aug Aardbeiensoep, een zomerse klassieker
Zonder dat ik het van tevoren wist, bevond ik mij onlangs een aantal dagen in het mekka van de aardbeienteelt: Plougastel-Daoulas in Bretagne. De Hollandse supermarktzomerkoninkjes zijn treurige bleekneusjes vergeleken met hun Bretonse nichtjes Mariguette en Floriguette, die er momenteel in het schap liggen.
De Europese aardbeienteelt zoals wij die kennen hebben we te danken aan een Franse diplomaat, Amédée-François Frézier (1682-1773). Lodewijk XIV stuurde hem in 1712 naar Latijns-Amerika om de Spanjaarden te bespioneren. Tevens kreeg de diplomaat de opdracht om bijzondere groente- en fruitsoorten mee te nemen.
Frézier zag witte reuzenaardbeien in Chili en jatte zes plantjes. Hij hield ze op de terugreis met pijn en moeite in leven en bracht ze naar de hortus botanicus in Brest (Bretagne). Daar ontstond, door middel van kruising met een Canadese soort, een aardbei die niet alleen groter was dan het origineel, dat wij rond de 15de eeuw in Europa leerden kennen (het bosaardbeitje): ook de smaak was onovertroffen. De klimaatomstandigheden in dit deel van Bretagne zijn nog altijd perfect voor de aardbeienteelt, maar ook voor andere gewassen.
Voor dit recept maken we gebruik van een bijzondere techniek, het macereren. Je weekt de aardbei in een vloeistof. Ik nam granaatappelsap dat een flink zuurtje heeft, aangevuld met balsamico, melasse en kruiden. De vloeistof neemt de smaak en geur op. De aardbei verandert gedurende het weken, de structuur is vleziger en de smaak sterker. Een vleugje peper doet de rest. Zo waardeer je een harde Hollandse supermarktaardbei behoorlijk op.
Dit recept is een variatie op een traditioneel gerecht uit de Franse Anjou.
Ingrediënten voor zomerse aardbeiensoep met munt, nagerecht of tussendoortje voor 4 personen.
400 g verse aardbeien
200 ml granaatappelsap (Turks of Marokkaans schap)
1 eetl. goede balsamico
1 eetl. granaatappelmelasse
3 takjes verse munt
versgemalen zwarte peper
eetbare bloemetjes ter garnering, zoals borage
eventueel: geroosterd brood
Was de aardbeien en verwijder de kroontjes. Snijd de grote in vieren en de kleine in tweeën. Meng in een kom het granaatappelsap, de balsamico, de granaatappelmelasse, de munt en de peper. Leg er een takje munt tussen, bewaar de rest van de munt voor de garnering.
Leg de aardbeien in deze marinade, dek af en laat minstens 2 uur weken. Een nachtje is nog beter. Verwijder het takje munt. Pureer de helft van de aardbeien met de helft van de marinade.
Serveer deze aardbeiensoep in een bord of glas. Verdeel de aardbeienstukjes over de borden. Roer het restant van de marinade erdoorheen. Garneer met de overgebleven munt en de eetbare bloemetjes. Serveer er eventueel een geroosterd broodje bij.
Voor dit aardbeiensoepje kunt u ook een fruitige rode, witte of mousserende wijn gebruiken. Een rode is in de Anjou gebruikelijk.
Geen reactie's